Bestemmingsplan buitengebied


(5 juli 2010)
Geen grotere bouwblokken in nieuw bestemmingsplan buitengebied
Vanwege de aanzuigende werking op intensieve veehouderijbedrijven uit o.a. Noord-Brabant, is de WMG het niet eens met het collegevoorstel om in Groesbeek bouwblokken van 2 ha in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied toe te staan. In Noord-Brabant is onlangs, in het kader van de megastallen-problematiek, een beperking in de bouwblokgrootte vastgesteld, tot maximaal 1,5 ha (waarvan 20% binnen het bouwblok moet worden gereserveerd voor groen). In een beleidsuitgangspuntennotitie t.b.v. het nieuwe bestemmingsplan buitengebied, die op 1 juli aan de gemeenteraad is voorgelegd, stelt het college voor om in Groesbeek een bouwblokgrootte van 2 ha toe te staan. Dit bouwblok mag in bepaalde gevallen voor 75% tot zelfs 100% worden bebouwd. Daarbij komt nog dat de gemeente in een deel van het buitengebied de geurnorm heeft versoepeld. Groesbeek zal daardoor aantrekkelijk worden voor intensieve veehouderijen van elders.

De WMG heeft deze bezorgdheid naar voren gebracht in een raadsvergadering op 1 juli 2010 waar de beleidsuitgangspuntennotitie is vastgesteld. Volgens het college is er geen verband tussen de intensieve veehouderij en bouwblokgrootte. Volgens de wethouder zouden grotere bouwblokken juist nodig zijn vanuit het oogpunt van dierenwelzijn (minder dieren per staloppervlak plus dure milieumaatregelen, dus grotere stallen nodig voor de economische haalbaarheid). Feit blijft dat als Groesbeek aantrekkelijker voorwaarden heeft dan de gemiddelde Brabantse gemeente, dit zeker bio-industrie zal aantrekken. De WMG vindt dit ongewenst.

Een tweede bezwaar betreft de landschappelijke inpassing van bedrijfsgebouwen en ook van campings die steeds meer in het buitengebied verschijnen. Onlangs heeft GS Gelderland geweigerd een verklaring van geen bezwaar af te geven voor het toestaan van uitbreiding van een boerencamping naar 50 staanplaatsen. Reden: onvoldoende landschappelijke inpassing. De WMG vindt dat de voorwaarden van landschappelijke inpassing in de bestemmingsplanvoorschriften concreet moeten worden uitgewerkt.


Herziening bestemmingsplan buitengebied
In de herfst van 2007 is gestart met de ontwikkeling van een nieuw bestemmingsplan Buitengebied. Voor het verkrijgen van een zo breed mogelijk draagvlak heeft de gemeente in een vroeg stadium een klankbordgroep ingesteld, waarin ook de WMG participeert.

Redenen voor herziening
Het huidige bestemmingsplan Buitengebied is in januari 2000 door de Raad vastgesteld (onherroepelijk oktober 2002) en is dus nog niet zo oud. In januari 2007 heeft de provincie Gelderland zelfs nog het bestemmingsplan Buitengebied herziening 2005 goedgekeurd. Dit betrof een zogenaamde correctieve herziening op het plan van 2000: daarin zijn onderdelen hersteld waaraan eerder door Gedeputeerde Staten of door de Raad van State goedkeuring is onthouden en zijn er fouten hersteld die door de gemeente zelf (én de WMG) waren gesignaleerd.

Aanleiding om toch een volledig nieuw plan te ontwikkelen is onder meer dat de gebruikte systematiek (bijv. voor agrarische bouwblokken) niet meer ‘up to date’ zou zijn. Ook worden steeds vaker knelpunten gesignaleerd tussen de feitelijke situatie in het veld en hetgeen toelaatbaar is vanuit de vigerende bestemming. Tevens wordt van de mogelijkheid gebruik gemaakt om tal van nu nog afzonderlijke plannen te integreren in het nieuwe plan Buitengebied, bijv. het bestemmingsplan van de golfbaan, het plan van de omgeving museum Oriëntalis (w.o. ook het inmiddels beruchte Kerkenbosje), bestemmingsplan Omgeving De Linde en de recente wijzigingsplannen m.b.t. Dennenkamp en de ecologische verbindingszone Wylerbaan.

Aanpak
Om te komen tot een nieuw plan heeft de gemeente een Notitie van uitgangspunten opgesteld. Deze notitie is bijgesteld naar aanleiding van de inbreng vanuit de klankbordgroep. Aan deze klankbordgroep die wordt voorgezeten door de portefeuillehouder (wethouder Thijssen) nemen naast de WMG de volgende organisaties/instanties deel: Groesbeekse Ondernemersvereniging (GOV), Stichting Toerisme en Recreatie (STER), Vereniging Recreatieondernemers Nederland (RECRON), Heemkundekring Groesbeek, Vereniging Natuurmonumenten, Provincie, Staatsbosbeheer, Waterschap Rivierenland en de boerenstandsorganisatie (ZLTO afd. Groesbeek).

In de notitie wordt aandacht besteed aan onderwerpen als:
  • bouwblokkeuze: wijziging van het systeem van zgn. ‘verbale’ agrarische bouwblokken (niet vast begrensd, mogen verschoven worden) naar ‘getekende’ (vast begrensde) bouwblokken;
  • doorvertaling van bestaand en recent ontwikkeld beleid zoals bijv. het regionale Landschapsontwikkelingsplan (LOP), het Waterplan Groesbeek en het provinciale Streekplan;
  • nieuw beleid bijvoorbeeld m.b.t. kamperen, gemeentelijke invulling van het KAN-beleid, regelen van zaken die voorheen waren opgenomen in de WOR (Wet op de Openluchtrecreatie) die per 1 januari 2008 is komen te vervallen en doorvertaling van de Geurverordening op grond van de Wet geurhinder en veehouderij.


  • Algemeen uitgangspunt is dat het streefbeeld zoals dat is gebruikt voor het bestemmingsplan uit 2000 ook nu nog als basis kan dienen voor het nieuwe bestemmingsplan.

    Aandachtspunten WMG
    De WMG heeft onder meer aangegeven dat het nieuwe bestemmingsplan een instrument zou moeten zijn om voortsluipende verrommeling van het buitengebied tegen te gaan en landschappelijke inpassing (met groene elementen) van nieuwe (bedrijfs)gebouwen, campings e.d. te regelen. Ook willen we de dreigende wildgroei van hekwerken een halt toeroepen. Denk hierbij aan de hoge Herashekwerken en de Dallasachtige taferelen bij (hobbymatige) paardenhouderijen/maneges. Dit niet alleen vanwege het ontsierende effect ervan, maar ook vanwege het feit dat hekwerken van gaas barrières opwerpen voor het wild.

    Deze punten zijn intussen verwoord in de Notitie van uitgangspunten.
    In de klankbordgroep is specifiek gesproken over de mogelijke ontwikkeling van nieuwe landgoederen: het realiseren van landhuizen in ruil voor het realiseren van nieuwe natuur (‘rood voor groen’). In Gelderland is deze constructie mogelijk vanaf een aaneengesloten oppervlakte van 5 hectare. De WMG is van mening dat deze landgoederen kunnen bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van het buitengebied, o.a. op het gebied van landschap (visueel); recreatie (nieuwe landgoederen zijn per definitie voor het publiek toegankelijk), natuur (ecologie) en soms ook water (hydrologie, waterberging) en landbouw. Ook dit item is meegenomen in de Notitie van uitgangspunten.

    Een ander belangrijk punt dat de WMG nog aan de orde gaat stellen is het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid, c.q. ontheffingsbevoegdheid om een agrarische bestemming om te kunnen zetten in een natuurbestemming. Dit ten behoeve van recent gerealiseerde natuurelementen, nog te realiseren Ecologische Hoofdstructuur (EHS), ecologische verbindingszones, eventuele natuurcompensatie en nieuw groen als gevolg van ‘rood voor groen’-constructies (bijv. nieuwe landgoederen). Dit ter voorkoming van langdurige en kostbare procedures.